



In 1900 organiseerde de Ligue wallonne de Liège een wedstrijd in twee fasen om een lied te vinden dat zou dienen als strijdkreet. Van de 48 inzendingen die aan de jury werden voorgelegd, slaagde geen enkele erin de eerste prijs in de wacht te slepen door de eisen die de jury aan het thema stelde. De 2e prijswinnaar, Théophile Bovy, een Luikse schrijver en redacteur van het gazette Li clabot, werd gekozen. Bovy prees het Waalse land, zonder te fulmineren tegen Vlaanderen of trouw te zweren aan Frankrijk: zijn tekst had alle kenmerken van een echte hymne.
In 1902 werd het tweede deel van de wedstrijd georganiseerd, met de opdracht om Bovy's tekst op muziek te zetten. Ook hier was er geen eensgezindheid over de melodie en het was een andere Luikenaar, Louis Hillier, die de 2e prijs won. Het epos eindigde hier niet: pas in 1913 erkende de Assemblée de verschillende versies van het Chant des Wallons. Uiteindelijk koos de Waalse Regering in 1998 officieel de Chant des Wallons als hymne, ten koste van talrijke andere voorstellen. Bij wijze van uitzondering worden de originele partituur en de verschillende versies gepresenteerd.
Im Jahr 1900 veranstaltete die Wallonische Liga in Lüttich einen zweistufigen Wettbewerb, bei dem ein Lied gekürt werden sollte, das als verbindendes Element dienen sollte. Von den 48 Texten, die der Jury vorgelegt wurden, konnte keiner den ersten Preis gewinnen, da die Jury bei diesem Thema sehr anspruchsvoll war. Preisträger, nämlich der Text von Théophile Bovy, einem Lütticher Autor und Herausgeber der Gazette Li clabot, wurde ausgewählt. Bovys Schrift lobt das wallonische Land, ohne Flandern zu beschimpfen oder Frankreich die Treue zu schwören: Sein Text erfüllt alle Merkmale einer echten Hymne.
In 1902 fand der zweite Teil der Prüfung statt: wird man gefragt Bovys Text zu vertonen. Auch hier gab es keine einhellige Meinung zu einer Melodie und ein anderer Lütticher, Louis Hillier, erhielt den zweiten Preis. Die epische Geschichte endet hier nicht: Erst 1913 erkennt die Versammlung die verschiedenen Versionen des Chant des Wallons an. Schließlich wählte die Regierung der Wallonischen Region 1998 den Chant des Wallons offiziell als Hymne aus, auf Kosten zahlreicher anderer Vorschläge. Ausnahmsweise werden sowohl die Originalpartitur als auch verschiedene Versionen präsentiert.
In 1900, the Ligue wallonne de Liège organised a two-stage competition to find a song that would serve as a rallying cry. Of the 48 entries submitted to the jury, none managed to win first prize because of the jury's demands on the theme. The second prizewinner, Théophile Bovy, a writer from Liège and editor of the gazette Li clabot, was chosen. Bovy's work praised the Walloon land, without inveighing against Flanders or pledging allegiance to France: his text had all the hallmarks of a true hymn.
In 1902, the second part of the competition was organised, with the task of setting Bovy's text to music. Here too, there was no unanimous agreement on the melody, and it was another Liégeois, Louis Hillier, who won 2nd prize. The epic did not end there: it was not until 1913 that the Assembly recognised the various versions of the Chant des Wallons. Finally, in 1998, the Government of the Walloon Region officially chose the Chant des Wallons as its anthem, at the expense of numerous other proposals. Exceptionally, the original score and various versions are presented.