MUSEUM VAN HET WAALSE LEVEN

Geschiedenis

Het Museum van het Waalse Leven werd in1913 onder leiding van Waalse activistenwaaronder Joseph-Maurice Remouchamps (advocaat, zoon van de beroemde schrijver Edouard Waalse Remouchamps en eerste directeur en oprichter ), Jean Haust (taalkundige, auteur van een Waals Luik woordenboek) en Henri Simon (bekende Waalse schrijver en eerste curator) opgericht.

Het Museum van het Waalse Leven

Musée dès vîs rahis’ (museum van oude snuisterijen).

Een eerste etnografisch museum van het Oude Luik wordt in 1894 geopend in de achtergelaten lokalen van de Academie voor Schone Kunsten. Het museum wordt snel door het publiek omgedoopt tot: Musée dès vîs rahis' (museum van oude snuisterijen).

De te kleine lokalen worden overgenomen door de Stad Luik, en men zal moeten wachten tot 1913 opdat het Museum van het Waalse Leven eindelijk het licht zou zien, onder impuls van Waalse militanten zoals Joseph-Maurice Remouchamps, Jean Haust en Henri Simon. De collecties worden dan opgeborgen onder de kap van het Curtius huis.

In 1925 verhuizen ze naar de bijgebouwen. Drie permanente entoonstellingszalen worden in 1930 eindelijk geïnstalleerd en geïnaugureerd, terwijl in het oppentheater het doek voor de eerste maal wordt opengetrokken. De onophoudelijke uitbreiding van de collecties brengt het museum naar zijn huidige plaats, waar hij geleidelijk aan wordt geïnstalleerd, naargelang van de naoorlogse renovatie, tussen 1963 en 1971.

In 1989 ondertekent de Provincie Luik, samen met de Stad en de Stichting van Openbaar Nut van het Museum de documenten waarbij zij de beheersrechten en –plichten over dit erfgoed verkrijgt. Tegenwoordig actualiseert het gerenoveerde Museum van het Waalse leven haar etnografisch analyseveld en breidt haar belangstelling uit tot op heden, zonder de bronnen van onze cultuur uit het oog te verliezen…

Een museum geankerd in het rijke sappige Waalse verleden, verrijkt met het huidige Wallonië en resoluut gericht naar het Wallonië van morgen!

Het klooster van de Minderbroeders

Het Museum van het Waalse Leven

In 1243 installeren de Franciscanen hun nieuwe klooster tussen de Heilige Antoniuskerk en de heuvel van de Luikse Citadel. Het klooster van de Minderbroeders, een gebedsplaats, wordt een bevoorrechte ruimte van het openbare leven van de Vurige Stede : toevluchtsoord voor de minstbedeelden, vergaderplaats voor meerdere ambachten, marktruimtes, arsenaal van de Stad reeds vanaf 1577, er worden er zelfs huwelijkscontracten gesloten…

Het middeleeuwse klooster, getuige van de politieke geschiedenis van de stad, ondergaat er uiteraard de rampzalige episodes van, tot aan de volledige herbouw ervan, tijdens het derde kwart van de 17de eeuw, in de toen in zwang zijnde architecturale stijl, gewoonlijk als « mosaans » bestempeld.

Met de Franse Revolutie zien de geestelijken zich genoodzaakt de plaats te verlaten (1796) en het geheel wordt in vijf loten verdeeld. Het herbergt verscheidene winkels, bergplaatsen, enz. Het wordt ook regelmatig opgeleverd aan de opgevorderde voermannen die er in barslechte omstandigheden woordengehuisvest

Het Chamart huis

Het Chamart huis

Leunend tegen de heuvel van Péry en bekend onder de naam van één van zijn vroegere eigenaars, dit indrukwekkende bouwwerk onderscheid zich van het klooster zelf door zijn gevels waarop cartouches en wapenschilden uit het stufsteen zijn gesneden.

Dit gebouw uit de 17de eeuw, ooit de verblijfplaats van de bewaker of overste van de franciscaanse gemeenschap waarvan hij ook de bibliotheek en het archief herbergt werd, net als het klooster, zwaar verwoest door de bombardementen van het einde van de tweede wereldoorlog.

Van 1963 tot 1971 geeft een grootschalige werf aan het Chamart huis zijn cachet uit 1620 terug. Tegenwoordig herbergt het gebouw de administratieve en wetenschappelijke diensten van het Museum alsook het poppentheater en het Documentatiecentrum.

De Heilige Antoniuskerk

De Heilige Antoniuskerk

Rond 1240 vestigen de volgelingen van H. Franciscus van Assisi, die reeds aanwezig zin in Luik sinds het einde van het eerste kwart van de 13de eeuw, zich in Hors-Château, nabij het hart van de stad, om in contact te zijn met de bevolking.

Hun kerk, gewijd aan H. Antonius, wordt in 1244 afgewerkt en wordt sinds het Concordaat (1801) aangewend voor de parochiale eredienst. Ze blijft, in haar ruwwerk uit zandsteen, de getuige van het veelbelovende debuut van de franciscaanse orde te Luik. Het primaire gotische gebouw, dat het zuidergedeelte van het klooster afbakent, wordt in de 18de eeuw verrijkt met een monumentale barokke gevel. Het interieur is in dezelfde stijl getooid met een versiering uit stucwerk. Deze versiering, die op zijn minst « aanwezig » te noemen is, wordt in de volgende eeuw afgewerkt.

Ook beschadigd door de ontploffing van de vliegende bom van 16 december 1944, ze wordt in het bijzonder gerestaureerd aan de kant van het koor, dat dan zijn eenvoudige primitieve stijl terugkrijgt die bij de Franciscanen erg in de smaak lag. Het hoofdaltaar uit de 13de eeuw, haast ongeschonden onder het puin teruggevonden, krijgt zijn liturgische rol terug, terwijl graafstenen uit verschillende periodes in de bevloering van het koor en in de muren van de zijbeuken ingewerkt worden. Een interieur dat een grote diversiteit aan stijlen biedt en de weergave is van de rijkdom van zijn geschiedenis.

Stabiliseringwerken uitgevoerd tussen 1961 en 1968 om te vermijden dat het gebouw zou glijden naar de Rue Hors-Château verhinderen echter niet dat de eredienst er verder wordt gevierd tot in 1977. De kerk wordt dan ontwijd en de parochie overgebracht naar de H. Catherine kerk, Rue Neuvice.

De Stad Luik, die er op dat ogenblik de eigenaar van is, beslist het beheer van het oude kloosterlijke architecturale geheel bestaande uit de kerk, het klooster met zijn museum en het Chamart huis toe te vertrouwen aan de Provincie Luik. De erfpacht waarin deze beslissing wordt bekrachtigd wordt in december 1989 ondertekend.

Sinds dan herbergt de H. Antoniuskerk, volledig gerestaureerd door haar nieuwe beheerders, talrijke prestigieuze culturele evenementen en ontvangt op heel gepaste wijze tijdelijke tentoonstellingen.